opperbevelhebber
mannelijk (de)/'ɔpərbəˌvɛlɦɛbər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de persoon die aan het hoofd staat van het gehele legerDe Amerikaanse president is tegelijkertijd opperbevelhebber.
Etymologie
*afgeleid van bevelhebber
Vertalingen
Engelssupreme commander
Spaanscomandante en jefe, generalísimo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek