oppergod
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- godheid die in polytheïstische godsdiensten het pantheon overheerst.De oude Egyptenaren waren ervan overtuigd dat oppergod Amon hier woonde. Om die reden bouwden ze diverse piramides rondom Djebel Barkal. Die staan bekend als de Nubische piramides. Later kwam dit gebied in handen van de Koesjieten. Zij gebruikten de piramides als begraafplaats voor hun koningen.de Telegraaf 08 feb. 2016Het eiland staat tevens bekend vanuit de Griekse mythologie. Zeus, de grote oppergod, was vergeten om de zonnegod Helios een eiland aan te bieden en daarom steeg Rhodos op uit de zee als cadeau aan Helios.de Telegraaf 27 jan. 2016Elke ochtend zie je Hindoes lopen met canang sari, de dagelijkse offers voor de oppergod van het Indonesische Hindoeïsme. Zo zie je goed de verbondenheid van de spirituele wereld met de natuur.de Telegraaf 10 sep. 2015
Etymologie
* afleiding van god met
Vertalingen
Engelschief god
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek