opperhuid

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɔpərhœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) de bovenste laag van de huid
    Door de brand was haar opperhuid ernstig beschadigd.
  2. biologie (biologie) een laag cellen die de plantendelen omgeeft die geen kurkweefsel hebben voortgebracht

Etymologie

* afgeleid van huid