woorden
boek
Start
βΊ
O
βΊ
opperpriester
opperpriester
mannelijk (de)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de hoogste priester in rang
Etymologie
*afgeleid van priester
Vertalingen
Spaans
arcipreste, pontΓfice
Verwante woorden
Oppedijk
Oppelaar
Oppeneer
Oppenheimer
Oppenheimstraat
Oppenhuizen
oppensioenstelling
oppepoperatie
oppeppakket
oppeppen
oppeppend
oppeppende
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
π Synoniemen van opperpriester
β opperofficieren
opperpriesters β
Meer woorden met O
oefenbaantje
Oemar
Oldenbeuving
oliepijplijnen
Omani
omdolen
omhangt
omhoogschieten
omhoogstekende
omhulde