opperrabbijn
mannelijk (de)/ˈɔpəraˌbɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) geestelijk leider over de synagoges in een bepaald gebied die behoren tot een eenzelfde richting binnen het jodendomDe burgemeesters van Amsterdam, Amstelveen, Aalsmeer, Uithoorn en Jacobswoude, die vallen binnen het joodse ressort Amsterdam, hadden in een zitting van het Bet Dien – de rabbinale rechtbank onder leiding van de Amsterdamse opperrabbijn Aryeh Ralbag – symbolisch hun gemeentegebied verhuurd. Zo was de Joodse Gemeente Amsterdam in joods-wettelijke zin bevoegd om de eroev te herstellen.
Etymologie
*afgeleid van "rabbijn"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek