opraakt
Wat is de betekenis van opraakt?
opraakt betekent: tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opraken
Betekenis
werkwoord
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opraken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opraken
Voorbeelden van "opraakt" in een zin
- ... dat jij opraakt.
- ... dat hij opraakt.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek