oprook
Wat is de betekenis van oprook?
oprook betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oproken
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oproken
Voorbeelden van "oprook" in een zin
- ... dat ik oprook.
Veelgestelde vragen over oprook
Wat is de betekenis van oprook?
oprook betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van oproken
Hoe gebruik je oprook in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik oprook.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek