opruien
Betekenis
werkwoord
- (ov) kwaad en opgewonden maken (voor een gevecht, aanval)Het publiek werd opgeruid door de fanatieke redevoering.
Etymologie
* In de betekenis van ‘ophitsen’ voor het eerst aangetroffen in 1551
Vertalingen
Engelsincite
Fransacharner
Duitsaufhetzen, aufstacheln
Spaansazuzar, acuciar, ensañar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek