opschieten

Betekenis

werkwoord
  1. haast maken
  2. erga (erga) vorderingen maken
    We zijn niet erg opgeschoten.
    Ik was al meer dan een halfuur bezig en geen centimeter opgeschoten.
  3. ov, scheepvaart (ov) (scheepvaart) een touw of kabel oprollen

Vertalingen

Engelshurry up
Frans(se) dépêcher
Duits(sich) beeilen
Spaansapurarse