opschort

Wat is de betekenis van opschort?

opschort betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
  2. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
  3. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten

Voorbeelden van "opschort" in een zin

  • ... dat ik opschort.
  • ... dat jij opschort.
  • ... dat hij opschort.

Veelgestelde vragen over opschort

Wat is de betekenis van opschort?

opschort betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten

Hoeveel betekenissen heeft opschort?

opschort heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je opschort in een zin?

Voorbeeld: “... dat ik opschort.