opschort
Wat is de betekenis van opschort?
opschort betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
Voorbeelden van "opschort" in een zin
- ... dat ik opschort.
- ... dat jij opschort.
- ... dat hij opschort.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek