opschort
Wat is de betekenis van opschort?
opschort betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
Voorbeelden van "opschort" in een zin
- ... dat ik opschort.
- ... dat jij opschort.
- ... dat hij opschort.
Veelgestelde vragen over opschort
Wat is de betekenis van opschort?
opschort betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van opschorten
Hoeveel betekenissen heeft opschort?
opschort heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je opschort in een zin?
Voorbeeld: “... dat ik opschort.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek