opsporingsbevoegdheid

vrouwelijk (de)/ˈɔpsporɪŋzbəˌvuxthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. recht om namens de staat onderzoek te doen naar strafbare feiten en de plegers van deze feiten
    De clusterchef geeft aan dat ze het werk op een andere manier gaat organiseren. 'Service-medewerkers', overigens gewone agenten met een opsporingsbevoegdheid, moeten meer administratieve taken overnemen van de wijkagenten, zodat die in plaats van achter hun bureau vaker aanwezig kunnen zijn in de gebieden die hen zijn toegewezen. Tubantia 23 november 2012 [https://www.tubantia.nl/hellendoorn/agenten-minder-achter-bureau~a9df1c9e/ Agenten minder achter bureau]
    Hondenbezitters zijn echter wel verplicht een opruimmiddel (zakje of schepje) voor de hondenpoep bij zich te hebben voor het geval hun huisdier ergens anders zijn behoefte doet. Daar wordt op gecontroleerd door acht medewerkers van de afdeling Stadstoezicht met een opsporingsbevoegdheid. Tubantia 29 maart 2010 [https://www.tubantia.nl/almelo/gemeente-stelt-boetes-voor-overtreden-hondenpoepregels-uit~a41c5c32/ Gemeente stelt boetes voor overtreden hondenpoepregels uit]
    Het zou naïef zijn te veronderstellen dat elders in Europa en de rest van de wereld wel wedstrijden worden gemanipuleerd, maar dat het in ons land niet zou kunnen voorkomen. Punt is echter dat wij geen opsporingsbevoegdheid hebben en dus met handen en voeten zijn gebonden. Tubantia Martijn Verburg 4 juni 2012 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/knvb-doorberekenen-politiekosten-een-ramp~a49820fd/ KNVB: Doorberekenen politiekosten een ramp]