opspraak
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- publieke discussie, gewoonlijk in afkeurende zinMeent ze dat ze boven de opspraak is verheven?
Uitdrukkingen
- in opspraak komen — publieke kritiek te verduren krijgen; in een schandaal verwikkeld raken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek