opstaan

/ˈɔpstan/

Wat is de betekenis van opstaan?

opstaan betekent: (erga) gaan staan

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) gaan staan
  2. wakker worden en uit bed gaan
  3. erga (erga) het bed verlaten
  4. inerg, kookkunst (inerg), (kookkunst) op het vuur staan
  5. erga, religie (erga), (religie) uit de dood herrijzen

Voorbeelden van "opstaan" in een zin

  • Niet bewegen, oké? Daarna kun je zelf opstaan en mag je naar huis.
  • Kom eens uit je stoel en ga eens opstaan!
  • Na elke val, na elke tegenslag: opstaan en verdergaan.
  • Het leven was heerlijk overzichtelijk, ik wist precies wat ik elke dag moest doen: opstaan, eten en de trail naar het noorden volgen.
  • Zorg ervoor dat je morgen op tijd opstaat.

Uitdrukkingen

  • Daarvoor moet je [veel] eerder/vroeger opstaan.Dat moet je veel beter/doordachter/handiger aanpakken

Vertalingen

Engelsstand up, rise, get up
Fransse lever, se lever, sortir du lit
Duitsaufstehen, aufstehen, aufgestellt sein
Spaanslevantarse, levantarse, estar en el fuego