opstaan
/ˈɔpstan/
Wat is de betekenis van opstaan?
opstaan betekent: (erga) gaan staan
Betekenis
werkwoord
- (erga) gaan staan
- wakker worden en uit bed gaan
- (erga) het bed verlaten
- (inerg), (kookkunst) op het vuur staan
- (erga), (religie) uit de dood herrijzen
Voorbeelden van "opstaan" in een zin
- Niet bewegen, oké? Daarna kun je zelf opstaan en mag je naar huis.
- Kom eens uit je stoel en ga eens opstaan!
- Na elke val, na elke tegenslag: opstaan en verdergaan.
- Het leven was heerlijk overzichtelijk, ik wist precies wat ik elke dag moest doen: opstaan, eten en de trail naar het noorden volgen.
- Zorg ervoor dat je morgen op tijd opstaat.
Uitdrukkingen
- Daarvoor moet je [veel] eerder/vroeger opstaan. — Dat moet je veel beter/doordachter/handiger aanpakken
Vertalingen
Engelsstand up, rise, get up
Fransse lever, se lever, sortir du lit
Duitsaufstehen, aufstehen, aufgestellt sein
Spaanslevantarse, levantarse, estar en el fuego
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek