optrommelen

/'ɔptrɔmələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. mensen bij elkaar roepen, mensen vragen om naar je toe te komen
    Omdat we verwachten dat het erg druk wordt, gaan we extra personeel optrommelen.
    ‘Ik ben niet de enige. Ik heb weet van tal van collega's in de regio die met hetzelfde probleem kampen. Het wordt ieder jaar moeilijker. Tijdens de voorbije topweekends heb ik zelfs familie moeten optrommelen om te komen helpen. Bij de VDAB vind je honderden CV's, maar als je iemand daarvan contacteert, krijg je overal nul op het rekest. Wij bieden nochtans een vaste job aan, met nogal wat voordelen. Het mag allemaal niet baten’, aldus D'Hoedt. de Standaard WOENSDAG 7 JUNI 2017
    Officier van justitie Klooster en zijn advocaat Dennis van den Berg lieten zich voor de vrijlating uit. Een deskundige van de reclassering van het Leger des Heils steunde dat niet. Meerdere vrouwen in zijn woonplaats zijn doodsbang voor H. en dragen een alarmsysteem om snel hulpverlening te kunnen optrommelen. Hij kondigde aan zijn leven te willen beteren. Tubantia 19-10-2016

Uitdrukkingen

  • mensen optrommelenmensen laten komen