opvang

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verzorgen van kinderen op de uren dat de ouders dat niet zelf kunnen doen, kinderopvang
    De buitenschoolse opvang is een plek waar kinderen na schooltijd hun vrije tijd doorbrengen.
  2. het opvangen en hulp verlenen aan dieren of mensen in nood
    De regering heeft geld uitgetrokken voor de eerste opvang van de slachtoffers van de aarbeving.

Etymologie

* van opvangen