opvoedkunde

vrouwelijk (de)/ˈɔpfutˌkʏndə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de leer van de opvoeding, de wetenschap die het opvoeden bestudeert
    - Opvoedkunde is natuurlijk ook een wetenschap, maar het is ook een kunst die de een beter beheerst dan de ander.
    - Om kinderen op te mogen voeden heb je geen diploma opvoedkunde nodig al zijn er mensen die daaraan twijfelen.

Etymologie

* van opvoeden en kunde