opwekken
/ˈɔpwɛkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) opmonteren, animerenDe moeder was moeilijk op te wekken nadat haar baby overleden was.De sfeer was altijd opgewekt, maar al snel ging iedereen over tot de orde van de dag en vertrok naar zijn of haar kamer om huiswerk te maken en ‘écht’ belangrijke mensen te bellen over de laatste drama’s op school.
- (ov) doen ontstaanZe moesten de weeën opwekken om de bevalling te starten.Dus zou de waarheidscommissie de wrevel opwekken van Moskou, vervolgde Ludwig. Of beter gezegd, nog meer wrevel opwekken dan al het geval was. En daarmee waren ze bij de cruciale vraag aangekomen: hoe groot was eigenlijk het gevaar voor waar her en der in het Westen over gespeculeerd werd? Dus dat de hervormingspolitiek in bloed zou worden gedrenkt, zoals in Boedapest in 1956?
Vertalingen
Engelsexcite, cheer up, stimulate
Fransinciter, générer
Duitsermutigen, ermuntern, erregen
Spaansanimar, avivar, alegrar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek