opzoeking

vrouwelijk (de)/ˈopsukɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. inspanning om iets te ontdekken of op te sporen
    Een boek is immers geleerdheid en zij had een geleerd boek over St. Kruis en Male in de maak, een werk van opzoeking in archieffondsen en studie op geschreven en gedrukte bronnen.

Etymologie

* "opzoeken"