oren
/ˈorə(n)/
Betekenis
werkwoord
- bidden
Etymologie
*[werkwoord] herkomst: Jiddisj
Uitdrukkingen
- een draai om de oren geven
- de oren spitsen — aandachtig luisteren
- je oren niet geloven — niet kunnen voorstellen dat het gehoorde echt waar is
- oren hebben naar — ergens wel mee kunnen instemmen
Vertalingen
Spaansorejas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek