orgel

onzijdig (het)/ˈɔrɣəɫ/

Wat is de betekenis van orgel?

orgel betekent: (muziekinstrument) een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een muziekinstrument dat bestaat uit meerdere losse pijpen waardoor lucht stroomt op een labium en dat ingedeeld wordt bij de aerofonen

Etymologie

* Ontwikkeld uit Middelnederlands (plurale tantum) "orgelen", orgalen, ouder orgene (1240). De l is het resultaat van dissimilatie van n ... n > l ... n, ook in Middelhoogduits orgal (modern Duits "Orgel").

Vertalingen

Engelsorgan
Fransorgue
DuitsOrgel
Spaansórgano
Italiaansorgano
Portugeesórgão
Russischорган
Turksorg
Poolsorgany
Zweedsorgel
Deensorgel