origineel

onzijdig (het)/ˌoriʒiˈnel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voorwerp, gemaakt door de eerste en oorspronkelijke maker, waarvan een of kopieën zijn gemaakt
    De kopie van het schilderij was bijna niet van het origineel te onderscheiden.

Etymologie

*van "originel", op te vatten als afgeleid van origine , in de betekenis van ‘oorspronkelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1709

Vertalingen

Engelsoriginal, original, original
Fransoriginel, originel
Spaansoriginal, original