ork
mannelijk (de)/ɔrk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fictieve wezentjes die in groepsverband leven en gewoonlijk de vijand van de mensen zijn
- orka
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1862
Vertalingen
Engelsorc, ork
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek