Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
orkestzetel
mannelijk (de)/ΙrΛkΙstsetΙl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zitplaats in het gebied voor het podium van een traditionele schouwburgzaalIk die in een orkestzetel zit, - en wat een orkestzetel, - kan niet eens mijn benen uitstrekken zoals ik wil. De orkestzetels staan te dicht op elkaar.
Etymologie
*, omdat het gaat om stoelen op of nabij de plaats van een eventueel begeleidingsorkest
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek