Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

orkestzetel

mannelijk (de)/Ι”rˈkΙ›stsetΙ™l/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zitplaats in het gebied voor het podium van een traditionele schouwburgzaal
    Ik die in een orkestzetel zit, - en wat een orkestzetel, - kan niet eens mijn benen uitstrekken zoals ik wil. De orkestzetels staan te dicht op elkaar.

Etymologie

*, omdat het gaat om stoelen op of nabij de plaats van een eventueel begeleidingsorkest