orthodontie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tandheelkunde die gericht is op de vorming van een regelmatig gebit
    Hij heeft een nieuwe praktijk opgericht waar hij orthodontie uitoefent.

Etymologie

*afgeleid van het Griekse 'odōn' (2e nv. odontos)

Vertalingen

DuitsKieferorthopädie
Spaansortodoncia
Zweedsortodonti
Deensortodonti