orthopedie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- leer van de afwijkingen van het menselijk bewegingsapparaat
Etymologie
* ὀρθός en παιδεία. Nicholas Andry voerde in 1741 het woord "Orthopaedia" in, afgeleid van orthos ("correct", "rechtop") en paideia ("opvoeden" gewoonlijk van een kind), met de publicatie van Orthopaedia: or the Art of Correcting and Preventing Deformities in Children. ()
Vertalingen
Spaanscirugía ortopédica, ortopedia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek