os
mannelijk (de)/ɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (landbouw) gecastreerde stier
- (anatomie) bot
Etymologie
*Oudnederlands: "osso"
Uitdrukkingen
- De dorsende os zult gij niet muilbanden — iemand die voor je werkt moet je goed behandelen
- Van de os op de ezel springen — steeds van onderwerp veranderen
Vertalingen
Engelsox
Fransbœuf
DuitsOchse
Spaansbuey
Italiaansbue
Zweedsoxe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek