os

mannelijk (de)/ɔs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) gecastreerde stier
  2. anatomie (anatomie) bot

Etymologie

*Oudnederlands: "osso"

Uitdrukkingen

  • De dorsende os zult gij niet muilbandeniemand die voor je werkt moet je goed behandelen
  • Van de os op de ezel springensteeds van onderwerp veranderen

Vertalingen

Engelsox
Fransbœuf
DuitsOchse
Spaansbuey
Italiaansbue
Zweedsoxe