ossenhaas
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) het meest malse vlees van het rund, de lendenspierHet hoofdgerecht was gegrilde ossenhaas in bladerdeeg met cantharellensaus en aardappelgratin.
Vertalingen
Spaansfilete de buey, solomillo, solomillo de vaca
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek