ossenkop
mannelijk (de)/ˈɔsə(n)ˌkɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het hoofd van een os met twee hoornsBij de juwelen zit een uitzonderlijk fijne sluiting voor een mantel en een gesp met een camee uit rood glas, die een leeuw voorstelt die een ossenkop vertrappelt. de Standaard 5 september 2003 [http://www.standaard.be/cnt/dst05092003_053 Schattenzoeker ontdekt nieuwe Keltische godin]Woedend hangt hij in een boom te spartelen, de mond gesnoerd en vastgebonden: Assurancetourix, de onfortuinlijke bard die nooit mee mag feesten omdat hij zo vreselijk zingt. De figuur is van bordkarton, de boom ziet er levensecht uit. Hij staat midden op het marktplein van het Gallische dorp. Aan de ene kant het huis van stamhoofd Abraracourcix, met een enorme ossenkop boven de deuropening. Aan de andere kant de smidse en de viswinkel van Hoefnix en Kostunrix, de twee eeuwig kibbelende rivalen. de Standaard 22 maart 2000 [http://www.standaard.be/cnt/dsl22032000_001 Wat is er waar van Asterix?]
- (scheldwoord) scheldnaam voor mensen uit HasseltHasselaren zijn likkebaarden, ossenkoppen, vinstermikken en vooral dikke nekken. Deze spotnamen wisten de buurgemeensten vroeger voor de Hasselaar te verzinnen. "Vandaag leven die bijnamen niet meer in Hasselt en weinig inwoners kennen nog de betekenis ervan", zegt Michel Ilsen van de erfgoedraad. de Standaard 25 juli 2006 [http://www.standaard.be/cnt/gr5vem44 In de volksmond. Bijnamen Hasselaar handelen allemaal over eten en drinken]
- (figuurlijk) versiering in de hoek van een tegeltje in de vorm van een V die in twee spiralen eindigtEén van de interessante dateringscriteria is de aanwezigheid op onze tegels van de ossenkop als hoekornament.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek