Otter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) benaming voor zoogdieren uit het geslacht
  2. bepaald soort zoogdier, , een marterachtige met zwempoten en een donkere dichte bruine vacht
    Omdat otters grote woongebieden hebben en de dieren veel trekken, is de otter geholpen met goede ecologische verbindingszones.

Etymologie

::: ὕδρα «waterslang»

Uitdrukkingen

  • zweten als een otterheel erg transpireren

Vertalingen

EngelsEuropean Otter
Fransloutre
DuitsFischotter
Spaansnutria, ludria
Italiaanslontra
Portugeeslontra
Russischвыдра
Chinees水獭
Japans川獺, 獺
Turkssu samuru, lutr
Poolswydra
Zweedsutter
Deensodder