oudtante

vrouwelijk (de)/ˈɑutɑntə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) tante van een ouder, zus van een grootouder
    Een oudtante van mij is laatst toch nog gaan reizen.

Vertalingen

Engelsgreat-aunt, great aunt
Fransgrand-tante
DuitsGroßtante
Spaanstía abuela
Italiaansprozia
Portugeestia-avó