outcast

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die uit de normale samenleving is gestoten
    Als er door mijn werk al een lijn loopt, is het de poging om in je medium steeds weer een outcast te worden.’ de Standaard VRIJDAG 3 MAART 2017
    Je kunt meer, maar je past je aan. Netjes. Maar dat conformisme is tegenwoordig in het bedrijfsleven een scheldwoord. Ondernemingen zoeken outcasts, rebellen, authentieke ik-pas-mij-niet-aan types. Mensen die buiten de lijntjes durven kleuren. Tubantia Bart van Eldert 19-06-2017

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘uitgestotene’ voor het eerst aangetroffen in 1867

Vertalingen

Engelsoutcast