ouwel
mannelijk (de)/ˈɑuwəl/
Wat is de betekenis van ouwel?
ouwel betekent: een dun wit ongedesemd baksel van rijstzetmeel zoals dat in de Eucharistie en als bodem voor bepaalde koekjes gebruikt wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dun wit ongedesemd baksel van rijstzetmeel zoals dat in de Eucharistie en als bodem voor bepaalde koekjes gebruikt wordt
Voorbeelden van "ouwel" in een zin
- Deze macronen kun je het beste op ouwel bakken, anders komen ze aan de bakplaat vast te zitten.
Etymologie
*Afkomstig van het Latijnse oblata (offerbrood).
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek