oven

mannelijk (de)/ˈovə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. huishouden, kookkunst (huishouden) (kookkunst) besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enz
    U kunt de kant-en-klaarmaaltijd zo in de oven doen.

Etymologie

*van Middelnederlands """, in de betekenis van ‘plaats om te bakken’ aangetroffen vanaf 1240

Vertalingen

Engelsoven
Fransfour
DuitsOfen
Spaanshorno
Italiaansforno
Zweedsugn
Deensovn