oven
mannelijk (de)/ˈovə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (huishouden) (kookkunst) besloten ruimte die verhit wordt om er voorwerpen in te smelten, te bakken enzU kunt de kant-en-klaarmaaltijd zo in de oven doen.
Etymologie
*van Middelnederlands """, in de betekenis van ‘plaats om te bakken’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelsoven
Fransfour
DuitsOfen
Spaanshorno
Italiaansforno
Zweedsugn
Deensovn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek