over

/ˈovər/

Betekenis

voorzetsel
  1. wat betreft
    Ik schrijf een boek over mijn leven.
    Hij vertelt een zeer interessant verhaal over zijn avonturen.
  2. op of langs de oppervlakte van
    De maaidorser rijdt over de akker.
    De kat loopt over het muurtje.
  3. na verloop van
    Over twee maand wordt ze zestien jaar.
    Deze yoghurt wordt over drie dagen slecht.
  4. via, langs
    Ik rijd over Luxemburg naar de Alpen.
    Als men naar Marseille wil, moet men over Lyon.
  5. naar de andere kant van, over een grens heen
    De losgeslagen hond sprong over het hek.
    Om de overkant te bereiken moet men over die brug heen.
    De reis over het meer duurt slechts enkele tientallen minuten.
  6. meer dan
    Zij is ver over de dertig jaar oud.
    Vele basketbalspelers zijn over de twee meter lang.

Etymologie

#meer dan nodig, ook als

Uitdrukkingen

  • alles over één kam scheren
  • de gal loopt over
  • de staf breken over
  • de vogel over het net laten vliegen
  • een balletje opgooien over
  • een boekje opendoen over
  • een nachtje willen slapen over
  • fiolen van toorn uitstorten over

Vertalingen

Engelsover, left, about
Fransfini, au sujet de, par-dessus
Duitsüber
Russischо
Zweedskvar, om, över