Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
overbouwen
/ˈovərˌbɑuwə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) nadat het uit de oorspronkelijke constructie is gehaald in een andere constructie verwerkenLet wel op dat je de transponder overbouwt, als je die hebt.
- (ov) opnieuw construerenBegin dan niet aan een project waarin je de upgrade doet, al het maatwerk overbouwt en alle veranderingen in één slag doorvoert.Wij stemmen hem toe, dat deze stad niet weder opgebouwd, of liever overgebouwd moest zijn.
- (ov) (bouwkunde) horizontaal zo uitbreiden dat de gevel boven vooruitspringt ten opzichte van het lager gelegen deelDe verdieping (1617) is hier overgebouwd op geprofileerde zandsteenen kraagstukken, waartusschen troggewelven.
werkwoord
- (ov) bedekken met een constructieDiens kleinzoon Godard was verantwoordelijk voor de aanleg van de Reevaart en liet rond 1635 het kasteel verhogen met een verdieping en de binnenplaats overbouwen.
- (ov) voorzien van een constructie die zich erboven bevindt, maar er niet direct op rustHet plan om de infrastructuur, de A10 en de trein- en tram-sporen, te overbouwen moet zonder eindeloze procedures verlopen, want de kantorenmarkt is nu goed.
- (ov) met een hoge constructie het uitzicht benemen
Etymologie
**overbóúwen: "over" in de betekenis "boven"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek