overbruggingsperiode

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van overbruggingsperiode?

overbruggingsperiode betekent: tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden

Voorbeelden van "overbruggingsperiode" in een zin

  • Hij zou er niet eindeloos mee kunnen doorgaan, maar ze waren voor hem een prettige overbruggingsperiode.

Veelgestelde vragen over overbruggingsperiode

Wat is de betekenis van overbruggingsperiode?

overbruggingsperiode betekent: tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden

Welk woordgeslacht heeft overbruggingsperiode?

overbruggingsperiode is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van overbruggingsperiode?

Synoniemen van overbruggingsperiode zijn: brugperiode, overgangsperiode, tussentijd, interim-periode.

Hoe gebruik je overbruggingsperiode in een zin?

Voorbeeld: “Hij zou er niet eindeloos mee kunnen doorgaan, maar ze waren voor hem een prettige overbruggingsperiode.