overbruggingsperiode
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van overbruggingsperiode?
overbruggingsperiode betekent: tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
Voorbeelden van "overbruggingsperiode" in een zin
- Hij zou er niet eindeloos mee kunnen doorgaan, maar ze waren voor hem een prettige overbruggingsperiode.
Veelgestelde vragen over overbruggingsperiode
Wat is de betekenis van overbruggingsperiode?
overbruggingsperiode betekent: tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
Welk woordgeslacht heeft overbruggingsperiode?
overbruggingsperiode is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van overbruggingsperiode?
Synoniemen van overbruggingsperiode zijn: brugperiode, overgangsperiode, tussentijd, interim-periode.
Hoe gebruik je overbruggingsperiode in een zin?
Voorbeeld: “Hij zou er niet eindeloos mee kunnen doorgaan, maar ze waren voor hem een prettige overbruggingsperiode.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek