overbruggingsperiode

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van overbruggingsperiode?

overbruggingsperiode betekent: tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden

Voorbeelden van "overbruggingsperiode" in een zin

  • Hij zou er niet eindeloos mee kunnen doorgaan, maar ze waren voor hem een prettige overbruggingsperiode.