overbruggingsperiode
vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van overbruggingsperiode?
overbruggingsperiode betekent: tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijdperk tussen twee niet aansluitende toestanden
Voorbeelden van "overbruggingsperiode" in een zin
- Hij zou er niet eindeloos mee kunnen doorgaan, maar ze waren voor hem een prettige overbruggingsperiode.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek