overheersing

vrouwelijk (de)/ˌovərˈhersɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het overheersen, het uitoefenen van een verregaande macht over een land, volk of persoon
    De Ottomaanse overheersing van het latere Albanië werd in 1912 beëindigd.

Etymologie

* afgeleid van de werkwoordstam van overheersen

Vertalingen

Engelsdomination