overtreffen

/ˌovərˈtrɛfə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een voorheen behaald niveau te boven gaan
    Zij overtroffen daarmee een record dat lang standhield.
    Modern zijn betekent geloven dat we alles uit het verleden steeds weer kunnen overtreffen: er lijkt geen einde mogelijk aan de groei van onze nationale welvaart, kennis, technologie, politieke structuren en ons vermogen om ons, in de breedste zin van het woord, te ontplooien.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Uitdrukkingen

  • de stoutste verwachtingen overtreffenzo goed, dat kon niemand vermoeden

Vertalingen

Engelsexceed, surpass
Franssurpasser
Duitsübertreffen
Spaanssuperar, sobrepujar, exceder