overtrekken
/ˌovərˈtrɛkə(n)/
Wat is de betekenis van overtrekken?
overtrekken betekent: (ov) een nieuwe stoffen bekleding aanbrengen
Betekenis
werkwoord
- (ov) een nieuwe stoffen bekleding aanbrengen
- (ov) overdreven voorstellen
- (ov) (luchtvaart) (van een vliegtuig of vleugel) in een positie brengen waarin vleugels opeens hun draagvermogen verliezen doordat de lucht er niet meer snel vlak overheen stroomt
werkwoord
- (erga) tijdens een lange tocht een gebied, dam, brug of iets dergelijks passeren
- (ov) de contouren natekenen
Voorbeelden van "overtrekken" in een zin
- Die meubels kunnen best nog een keer overtrokken worden.
- Volgens de minister was het probleem door de pers zwaar overtrokken.
- Piloten leren waar ze op moeten letten om een vliegtuig niet te overtrekken.
- De Carthagers waren de Alpen overgetrokken en vielen Rome aan.
- Het liefst was hij toen de Bergen van Stilte maar ineens overgetrokken, maar dat was niet mogelijk. {{Aut|Herzen, Frank
Etymologie
**overtrékken [3]: omdat deze toestand ontstaat als een piloot de stuurknuppel te ver naar achteren trekt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek