oxer

mannelijk (de)/ˈɔksər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. type hindernis bij het paardspringen met twee horizontaal achter elkaar liggende balken zodat het paard niet alleen maar hoog maar ook ver moet springen
    "Met het eerste parkoers dat perfect verliep en het tweede, waarbij ik weinig fouten maakte, ging het helemaal niet slecht vandaag. Ik ben enkel in de fout gegaan op de achtste oxer (hoogte van 1m54 en breedte van 1m65), op dit zeer moeilijke parkoers", deed Guéry zijn relaas van de wedstrijd. de Standaard 17/08/2016
    De amazones rijden vooral hun eigen spieren los. Tussen hun benen prijkt de houten stok van hun ‘hobbyhorse: een met de hand gemaakt stokpaard. In stevig tempo rennen ze door de ring. Teugels in de ene hand, de houten stok in de andere. Na een flinke aanloop gaat het soepel over de hindernissen: een oxer, een stijlsprong en enkele dubbelsprongen. Tubantia Iris van den Boom, Video: Nick Boshuijer 10-09-2017

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘hindernis in de ruitersport’ voor het eerst aangetroffen in 1974