paalworm

mannelijk (de)/ˈpalwɔrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweekleppigen (tweekleppigen) in zee levend weekdier dat zich in hout boort, uit de familie
    Omdat de schelp slechts een klein deel van het langgerekte lichaam bedekt, lijken paalwormen oppervlakkig gezien op wormen.

Vertalingen

Engelsshipworm
Franstaret
DuitsSchiffsbohrwurm
Spaansbroma
Russischкорабельный червь
Chinees船蛆
Japansフナクイムシ
Poolsświdrak okrętowiec
Zweedsskeppsmask
Deenspæleorm