paasdag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) een van de twee dagen van het paasfeest, paaszondag of paasmaandag
    De tweede paasdag is een officiële vrije dag.

Vertalingen

EngelsEaster Day
Fransjour de Pâques
DuitsOstertag, Osterfeiertag