paasmis

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mis die in de rooms-katholieke, oosters-orthodoxe en oriëntaals-orthodoxe kerken op de ochtend van de paaszondag gevierd wordt in aansluiting op de paaswake, na de Goede Week
    Rome werd afgelopen nacht nog geteisterd door zware regenval, maar de Paaszondag begon zonnig. Tijdens de paasmis begon het echter weer te regenen. Tubantia 31 maart 2013 [https://www.tubantia.nl/buitenland/de-paus-bedankt-nu-in-het-italiaans-voor-de-bloemen~a770f0e7/ De paus bedankt nu in het Italiaans voor de bloemen]
    Het wordt zijn eerste paasmis als bisschop in het Bourgondische Brabant. De Sint-Jan zal vol zitten, verwacht en hoopt hij. "Ik besluit mijn preek met een zin uit een lied van Guus Meeuwis (origineel van André Hazes, red.). Hij is Brabander en heel populair hier. 'Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug.' Een prachtige zin. Dat is Pasen." Tubantia T. Voermans 16 april 2017 [https://www.tubantia.nl/binnenland/geef-mij-nu-je-angst-ik-geef-je-er-hoop-voor-terug~a501b870/ 'Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug']