paasnacht
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de nacht waarin Jezus uit de dood herrees van de nacht van paaszaterdag naar eerste paasdag; de nacht van de paaswake150 mensen laten zich tijdens paasnacht dopen en vormen: Omdat in meerdere bisdommen, vooral aan Waalse zijde, de cijfers van de volwassen vormelingen nog niet bekend waren, ligt het reële aantal zeker hoger en gaat het wellicht richting honderd, aldus Tertio, dat woensdag uitpakt met het cijfermateriaal. De Standaard 3 april 2012 {{Aut|kidrMaken wij de kinderen wijs dat het de paashaas is die de eieren verstopt, in Frankrijk en België draait het om paasklokken. Die reizen op de avond van Witte Donderdag af naar Rome om de eieren te halen en keren in de paasnacht terug. De Telegraaf NIRBA KASS HANNA 31 mrt. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/838902/puntmutsen-boterlammetjes-en-creamy-eggs Puntmutsen, boterlammetjes en creamy eggs]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek