pagaai
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een peddel voor een kano, met één blad, waarbij je twee handen gebruikt voor de voortstuwingVier zomers later schreef ik, vreemd genoeg opnieuw in mijn ouderlijk huis, de novelle De gebroken pagaai. Als ik die nu teruglees, lijkt het wel een oefening in soberheid, vergeleken bij de intellectuele grootspraak van Bejaardentehuis op het Dak van de Wereld. de Standaard 14 OKTOBER 2011 Jeroen OverstijnsDe half in Canada wonende journalist , die eerder naar de Zuidpool skiede en de Mount Everest beklom, is een beetje de Floortje Dessing van het klimaat, maar dan meer geëxalteerd. Bernice likt aan het ijs, Bernice duikt, zwemt met haaien, pagaait en seilt ab. De woorden wow en amazing liggen haar in de mond bestorven. Tegelijkertijd is dat elan en de mogelijkheid tot identificatie voor sportieve wereldverbeteraars ook een beetje de zwakke stee van de hele onderneming, die staat of valt met de geloofwaardigheid. NRC Hans Beerekamp 23 september 2013
Etymologie
*van "pengayuh"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek