pak

/pɑk/

Wat is de betekenis van pak?

pak betekent: (algemeen) hoeveelheid die een geheel vormt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (algemeen) hoeveelheid die een geheel vormt
  2. verpakt voorwerp
  3. een grote hoeveelheid die iets helemaal bedekt
  4. kleding (kleding) een kledingcombinatie bestaande uit ten minste een jasje en een broek of rok; gewaad, kostuum
  5. kleding (kleding) een kledingstuk dat het hele lichaam omvat
  6. dierkunde (dierkunde) een groep wolven

Voorbeelden van "pak" in een zin

  • Er kwam met Kerst een groot pak met de post.
  • Barbie werd uitgelachen dat hij al drie weken lang alleen maar ‘ramen bomb’ at (een pakje noedels met een pakje aardappelpuree en een blik tonijn door elkaar).
  • Er is een dik pak sneeuw gevallen
  • Ik duwde de deur met beide handen open en zag dat er ’s nachts een dik pak sneeuw was gevallen, waarvan een stukje geel kleurde toen ik er mijn waterfles in leegde.
  • Hij kocht voor de gelegenheid een nieuw pak.

Betekenis en uitleg van pak

Het woord 'pak' verwijst naar een kledingstuk dat doorgaans bestaat uit een jasje en een broek, vaak gedragen bij formele gelegenheden. Het kan ook een algemene term zijn voor het samennemen of vastpakken van iets.

Je gebruikt het woord 'pak' vaak als je het hebt over formele kleding, zoals bij een bruiloft of een zakelijke bijeenkomst. Daarnaast komt het ook voor in uitdrukkingen zoals 'iets inpakken', wat betekent dat je iets opbergt of meeneemt. Het heeft vaak een professionele of verzorgde connotatie.

Voorbeelden

  • Voor de sollicitatie besloot hij een nieuw pak aan te schaffen om een goede indruk te maken.
  • Zij gaf de kinderen elk een pak snoep voor het feest.
  • Na het sporten pakte hij zijn spullen in en ging naar huis.

Woordoorsprong

Het woord 'pak' is afgeleid van het Middelnederlandse 'packe', wat zo veel betekent als 'verzameling' of 'bundel'.

Veelgestelde vragen over pak

Wat is de betekenis van pak?

pak betekent: (algemeen) hoeveelheid die een geheel vormt

Hoeveel betekenissen heeft pak?

pak heeft 6 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je pak in een zin?

Voorbeeld: “Er kwam met Kerst een groot pak met de post.

Etymologie

* Leenwoord uit het ?, in de betekenis van ‘bundel’ voor het eerst aangetroffen in 1244

Uitdrukkingen

  • Bij de pakken neerzittenHet niet meer zien zitten
  • De jongste ezel moet het pak dragende jongste moet de vervelende klusjes opknappen
  • Een pak van mijn hart zijneen geruststelling zijn
  • In het pak genaaid zijn
  • Met pak en zak (gaan)met veel bagage gaan
  • Niet bij de pakken neerzitten
  • Van hetzelfde laken een pak zijnidentieke situatie
  • : pak

Vertalingen

Engelspacket, pack, load
DuitsPaket, Päckchen, Haufen
Russischпакет, груз, костюм