pappa
mannelijk (de)/ˈpɑpa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informeel) benaming voor mannelijke ouder door zijn kindIk hernieuwde mijn pogingen vader te zijn: of mijn dochter toch niet komen wou. Desnoods met vriendinnetjes erbij - ze hoefde niet mee naar de opera, ik zou hen zelfs naar een megadiscotheek in Viareggio brengen."En halen, pappa? Dat is juist het probleem. Jij komt altijd te vroeg."
Etymologie
* van Middelnederlands "pappa"; (klanknabootsing) en reduplicatie in kindertaal van het begin van een woord dat in veel talen "vader" betekent, vermoedelijk beïnvloed door "papa"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek