pappa

mannelijk (de)/ˈpɑpa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel (informeel) benaming voor mannelijke ouder door zijn kind
    Ik hernieuwde mijn pogingen vader te zijn: of mijn dochter toch niet komen wou. Desnoods met vriendinnetjes erbij - ze hoefde niet mee naar de opera, ik zou hen zelfs naar een megadiscotheek in Viareggio brengen."En halen, pappa? Dat is juist het probleem. Jij komt altijd te vroeg."

Etymologie

* van Middelnederlands "pappa"; (klanknabootsing) en reduplicatie in kindertaal van het begin van een woord dat in veel talen "vader" betekent, vermoedelijk beïnvloed door "papa"