par
mannelijk (de)/pɑr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) (golf) aantal slagen dat een beroepsspeler standaard nodig heeft om de bal vanaf de afslag in een bepaalde hole te krijgen of het totaal van slagen dat nodig is om dat bij een ronde over een golfbaan bij alle holes te doenOp de scorekaart staat hoe lang de hole is, de par en de moeilijkheidsgraad ten opzichte van de andere holes (…).
Etymologie
*van "par" dat teruggaat op Latijn "par" "het gelijke"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek