parcours
onzijdig (het)/pɑrˈkuːr/
Wat is de betekenis van parcours?
parcours betekent: (sport) een bij een wedstrijd te volgen route
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) een bij een wedstrijd te volgen route
- (figuurlijk) achtereenvolgende benodigde stappen (handelingen, besluiten e.d.) om een bepaald doel te bereiken
Voorbeelden van "parcours" in een zin
- De marathon van Rotterdam heeft een snel parcours.
- ‘Het past in het wielrennen van deze tijd. Het moet spannender, specialer, steiler, gekker.’ Wout Poels, meesterknecht voor Team Ineos, grapt dat hij maar beter zijn gravelbike kan meenemen. ‘We moeten er maar mee dealen. Dit is het parcours.’
- Het af te leggen parcours van een project.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘af te leggen weg’ voor het eerst aangetroffen in 1901
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek