parkeerder
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zijn auto ergens parkeertDe N-VA eiste vrijdag dat het stadsbestuur alle hogere parkeertarieven ‘onmiddellijk’ intrekt. ‘Op straat en in de garages’, zegt lijsttrekker Elke Sleurs. De parkeergarages en -meters registreerden in april 50.000 parkeerders minder dan in 2016. ‘Mensen blijven weg omdat parkeren te duur is’, zegt Sleurs. de Standaard ZATERDAG 20 MEI 2017Tijdsoverschrijding kan worden voorkomen als de parkeerder zich digitaal meldt. Maar digitaal parkeergeld betalen is geen optie voor Duitse automobilisten. Mobiel betalen staat in Duitsland nog in de kinderschoenen. Tubantia 01-maart-2017
Etymologie
* van parkeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek